Publicidade ▼


 » 

dicionario analógico

communicatiecomunicação - Xhosalíngua xhosa - polysynthetischpolisintético - aanhaling, aanhalingsteken, allegatie, citaat, quotatie, quoteaspas - spraak, taalidioma, língua, linguagem - epigram, hekeldicht, hekelrijm, puntdicht, satire, schimpdicht, sneldicht, spotdicht, xeniënepigrama - uitroeptekenponto de exclamação - pithily, sententiously (en) - homograafhomógrafo - idiolect - semantically (en) - droog, kort en bondig, kort en krachtigcom ironia, laconicamente - taaluiting - persoonsnaam - proper, schoon, zindelijk, zuiverdireito, limpo - vlekkeloosimaculado, impecável - articulerenarticular - overbrengen, overzetten, vertalentraduzir - telegraaf-, telegrafisch - aforistisch, epigrammatischepigramático - beknopt, bondig, compact, kort samengevatbem aproveitado, sucinto - kortaf, kort en bondig, kort en krachtigbrusco, lacónico - langdradigprolixo - horen, interpreteren, vernemen - Old (en) - Modern, New (en) - definia arendefinir - herspellentransliterar - formal (en) - gemeenzaam, gespreks-, idiomatisch, informeel, van de spreektaalcoloquial - ideographischideográfico - semantischsemântico - runen-rúnico - gelijkklinkend, homofoon - etymologischetimológico - eponiem, naamgevendepônimo - psycholinguïstiek, taalpsychologie - taalgeschiedenis - fonetica, fonetiek, foniek, fonologie, klankleer, uitspraakleerfonemática, fonêmica, fonologia - lexicologie, lexikologielexicologia - naamkunde, onomastiekonomástico - pragmatiek - betekenisleer, semantiek, semasiologiesemântica - deixis (en) - Grimm's law (en) - Verner's law (en) - sociolinguïstiek - context, perspectief, verbandcontexto - frase, volzin, zinfrase - word (en) - antoniem, tegendeel, tegengesteldeantónimo, antônimo - mengwoord, samentrekkingamálgama, palavra entrecruzada - derivative (en) - vorm - head, head word (en) - heteroniem - homoniemhomónimo - hyperoniem - hyponiem - bastaardwoord, leenwoord, lening - metonym (en) - hapax - anagram, kreeftdicht, letterkeer, omkeerwoord, palindroom, retrograde, spiegelwoordpalíndromo - stam, woordstamradical - grondbetekenisétimo - leenvertaling, leenwoord, ontleningcalco, decalque lingüístico, empréstimo - betekenisverwant woordsinónimo - term, vaktermtermo - naamgeving, naamlijst, naamregister, namenregister, nomenclator, nomenclatuur, terminologienomenclatura, terminologia - manner name, troponym (en) - mondelingsvocábulo - lettergreep, sillabe, syllabesílaba - lexeem - morfeemmorfema - kencijfer, kengetal, netnummer, prefix, voorvoegselprefixo - achtervoegsel, suffix - gerundiumgerúndio - telbaar substantief, telbaar zelfstandig naamwoordsubstantivo contável - eigennaamnome próprio, substantivo próprio - appellatief, soortnaam, zaaknaam - deverbal noun, verbal noun (en) - achternaam, alias, bijnaam, familienaam, geslachtsnaam, vannome de família, sobrenome, último nome - doopnaam, persoonsnaam, voornaamantenome, nome de baptismo, nome próprio, prenome, primeiro nome - doopnaam - praenomen (en) - anonymus, deknaam, nom de plume, pseud., pseudoniem, schuilnaamanônimo, desconhecido, pseudônimo - artiestennaam, toneelnaam - pseudônimo - hoofdje, kop, kopje, opschrift - aftiteling, kampioenschap, titel, titelrol - alexandrijn - orthografie, spelling - Armenian, Armenian alphabet (en) - orthografie, ortografie, schrijfwijze, spelling, spellingsleerortografia - Ação de escrever incorretamente uma palavra., erro de soletração, Palavra com ortografia incorreta. - boustrophedon (en) - lettergreepschriftsilabário - Linear A (en) - Linear B (en) - copula, koppelwerkwoord, koppelwoordcópula, verbo de ligação - volksetymologie - betekenis, verstandsentido, signifcado - ambiguidade, anfibologia - eufemisme, verzachtende uitdrukkingeufemismo - quodlibet, woordenspel, woordspelingfrase - rake slotzinconclusão de uma piada, ponto culminante - grafeem, letterteken, schriftcarácter - accent aiguacento agudo - accent grave, grafkuil, groeve - brevesinal de movimente curto - cedillecedilha - accent circonflexe, circumflex, dakje, samentrekkingstekencircunflexo - macron, sinal de vogal longa - tildetil - deelteken, diaeresis, diëresis, trema, umlaut, umlautstekendiérese, trema - monogrammonograma - hoofdlettercaixa alta, letra maiúscula - kleine letter, minuskel, onderkast, onderkastlettercaixa baixa, letra minúscula, minúscula - type (en) - spatie - beeldteken, ideogramideograma - logo, logogram - frase, maandbloeding, maandstonden, menses, menstruatie, ongesteldheid, volzinponto final - vraagtekenponto de interrogaçao, ponto de interrogação - kommapunt, puntkommaponto e vírgula - dactylologie, gebarentaal, gestiek, vingerspraak, vingertaallinguagem de sinais - fingerspelling, finger spelling (en) - American sign language, ASL (en) - gebaar, geste, tekensinal - basisengels - Esperantoesperanto - Europan (en) - Idiom Neutral (en) - Interlinguainterlíngua - Ido - Latino sine flexione (en) - Novial (en) - Pasigraphy (en) - Ro (en) - Solresol (en) - ondervraagtaal, opvraagtaal, vraagtaal, zoektaal - metataal - moedertaal, moerstaal, stamtaallíngua materna - toontaallíngua tonal - creools, mengtaalcrioulo - mengtaal, pidginlíngua franca - Chinook Jargon, Oregon Jargon (en) - lingua franca, voertaallíngua franca - Yuman (en) - Chinook, Chinookan (en) - Beijing dialect, Mandarin, Mandarin Chinese, Mandarin dialect (en) - Shanghai dialect, Wu, Wu dialect (en) - Kantonees - Hakka, Hakka dialect (en) - Qiang, Qiangic (en) - Bai, Baic (en) - Karen, Karenic (en) - Lolo, Yi (en) - Chin, Kuki, Kuki-Chin (en) - Naga (en) - Abor, Dafla, Miri, Mirish (en) - Red Tai (en) - Shan, Tai Long (en) - Tay (en) - Zhuang (en) - Yay (en) - Sundanese (en) - balinees - Cebuano - Hottentot, Hottentots - PIE, Proto-Indo European (en) - Armeensarménio - kerkslavisch, Oudkerkslavischeslavo eclesiástico - Servokroatisch, Servo-Kroatischservo-croata - Old Prussian (en) - Engelsinglês - Amerikaansinglês americano - Middelengels - Modern English (en) - Anglo-Saxon, Old English (en) - Germaans, Hd., Hoogduits - Oudhoogduits - Middelhoogduits - Jiddisch, Jiddisjyiddish - Nederduits - Oudsaksisch - Oudnoors - Nynorsk - Faeröersfaroês - Laps, Sami - irlandês - Middle Irish (en) - Schots-Gaelischlíngua gaélica escocesa - classical Latin (en) - Vulgar Latijn - Medieval Latin (en) - Neolatijn - Oudfrans - Anglo-French, Anglo-Norman (en) - Occitaans, Provençaalsoccitano - Galiciër, Galicisch, Galicischegalego - East Tocharian, Turfan, Turfan dialect (en) - Sanskriet - Sindhi (en) - Bihari (en) - Mahratti, Marathi (en) - Avestan, Zend (en) - afghaan, Pasjtoe - Lycian (en) - Nieuwgrieks - Byzantine Greek, Medieval Greek, Middle Greek (en) - Oudgrieks, Oud-Grieks - Doric, Doric dialect (en) - Ionisch - Ubykh (en) - Kannada - Malayalammalaiala - Gondi (en) - Manda (en) - Bolanci, Bole (en) - Angas (en) - Pidlimdi, Tera, Yamaltu (en) - Bura, Pabir (en) - Daba, Kola, Musgoi (en) - Bata (en) - Sibine, Somrai (en) - Akkadisch - arabistiekarábico - Fang (en) - Chaga, Chagga, Kichaga (en) - Kinyarwanda (en) - Nyamwezi (en) - Basuto, Sesotho (en) - Swahili - Ful, Fula, Fulani, Peul (en) - Serer (en) - Wolof (en) - Dinka (en) - line (en) - gallicismegalicismo - abbreviatie, abbreviatuur, afk., afko, breviatuur, verkorting - apocope - acroniem, initiaalwoord, letterwoordacrograma, acronimo, acrônimo, sigla - pentameterpentâmetro - hexameterhexâmetro - klank, spraakklank - foneem, taalklankfonema - allophone (en) - diftong, tweeklankditongo - doffe e, schwa, sjwa - glissando, halfklinker, halfvocaal - alveolair - occlusiefconsoante explosiva, consoante oclusiva - explosivo - labiaal, lipklank, lipmedeklinkerconsoante labial - glottisslagoclusão glótica - uitspraak door de neusnasalação, nasalamento, nasalização - fricatief, spirantfricativa - affricaatafricado, africativo - nasaal, neusklank - verkeerde uitspraakpronúncia errada - homofoonhomófono - articulatiearticulação - terminologie, uitspraak, woordenkeus, woordkeus, woordkeuzearticulação, prolação, pronúncia, pronunciação - dictum, expressie, gezegde, kernspreuk, leenspreuk, proverbium, spreekwijze, spreekwoord, spreuk, uitdrukking, zegswijzeditado, dito, provérbio, rifão - adagium, kenspreuk, kernspreuk, kreet, leus, leuze, motto, parool, partijleus, riedel, schibbolet, sententie, sjibbolet, slagzin, slogan, spreuk, wapenspreuk, zinspreukdito, lema, slogan - aforisme, axioma, grondregel, grondstelling, postulaat, stelregel, zinspreukaxioma, ditado, máxima - aforisme, zinspreukaforismo - adagium, kenspreuk, kernspreuk, proverbium, scheldnaam, schimpnaam, sententie, spotnaam, spreekwoord, spreuk, zinspreukadágio, provérbio - dialect, dialekt, gewesttaal, patois, streektaaldialecto, dialeto - argot, Bargoens, beroepstaal, boeventaal, dieventaal, gemeenzame taal, groepstaal, jargon, kringtaal, slang, terminologie, vakjargon, vaktaal, vakterminologiecalão, gíria, jargão - etymoloogetimologista - Noah Webster, Webster (en) - aphaeresis, apheresis (en) - aphesis (en) - assimilatieassimilação - ellips, samentrekkenelipse - holonymy, whole to part relation (en) - meronymy, part-of relation, part to whole relation, part-whole relation (en) - words per minute, wpm (en)[Domaine]

-

 


   Publicidade ▼