Publicidade ▼


 » 

dicionario analógico

varijacija - space walk (en) - familieleven, gezinsleven, huiselijkheidudomaćenost - werking - actie, operatieakcija, operacija, poduhvat, pothvat - gebruik, geplogenheid, gewoonte, mos, praktijk, praxis, usance, usantie, ususobičaj, praksa, uzus - afleiding, dolce far niente, ontspanning, recreatie, rekreatie, relaxatie, verpozing, verstrooiing, vrijetijdsbestedingpodvala, psina, razbibriga, razonoda, rekreacija, zabava - iets voor mijnešto što netko voli - acompanhamento, continuação (pt) - game, kamp, match, ontmoeting, potje, spel, spelletje, sportwedstrijd, treffen, wedkamp, wedstrijd, wildbraadigra, natjecanje - beurtred, runda - muz., muziek, toonkunstglazba, muzika - daad, toneelspelengluma, glumljenje - activiteitživost - burst, fit (en) - arbeid, emplooi, werkdjelatnost, posao, proizvod, rad, radno mjesto, rezultat rada, zadaća, zadatak, zaposlenje - deeds, memoirs, works (en) - service (en) - activiteit, beroep, bezigheid, occupatie, professie, stiel, vak, vakmanschap, werkzaamheden, werkzaamheidbranša, posao, zanimanje - emprego, ocupação (pt) - klerkenwerk, schrijfwerk, schrijverijpisanje, zapisivanje - roluloga - ambtsmisdrijf, euveldaad, misdaad, wandaad, wangedragactus reus, loše vladanje, prijestup, zlodjelo - verkwisting, verspillinggubitak, pustoš, rasipanje, rastrošnost, traćenje, trošenje - inspanning, krachtsinspanning, poging, slagnapor, nastojanje, poduhvat, pokušaj, potez, pothvat, trud - beheer, beheersingkontrola, kontroliranje, nadzor, upravljanje - bescherming, beschutting, beveiliging, protectiezaštita - osjetilna aktivnost - didactiek, lering, les, onderricht, onderwijs, onderwijsinstelling, onderwijskunde, onderwijsleer, opleiding, opvoedkunde, pedagogie, pedagogiek, scholingdidaktika, izobrazba, nastavničko zvanje, obrazovanje, odgojno-obrazovna djelatnost, pedagogija, podučavanje, poduka, poučavanje - bijscholing, nascholing, vooropleidingobučavanje, obuka, priprema, trening, treniranje - representatie, vertegenwoordiging, weergavepredstavljanje, prikaz, zastupanje - creatie, kreatie, opwekking, scheppingkreacija, stvaralaštvo, stvaranje - demontage, ontmantelingdemontaža, demontiranje, rasklapanje, rastavljanje - paracentese, punctie, punctuurbodenje, bušenje, probod, puknuće - gezoek, jacht, zoektochtistraživanje, lov, potjera, potraga, traganje, traženje - arbeidsproces, gebruik, gebruikmaking, utilisatieiskorištenje, korištenje, poraba, uporaba, upotreba, upotrebljavanje - gevechtshandeling, militaire operatie, operatieoperacija, vojna akcija, vojna operacija - experiment, het meten, maatstelsel, meting, onderzoeking, probeersel, proef, proefneming, test, toets, toetssteenmjera, mjerenje, veličina - graduatie, ijking, maatverdeling, schaal, schaalverdelingbaždarenje, kalibracija, kalibriranje, standardizacija, standardiziranje - behandeling, inrichting, organisatie, rangschikking, schikkingorganizacija, organiziranje - groepering, hergroeperingaglomeracija, grupiranje - oplegging - bestendiging, hervatting, vervolgblad, voortduring, voortgang, voortzettingkontinuiranost, kontinuitet, nastavak, nastavljanje, neprekidnost, neprekinutost, stalnost, trajanje, trajnost - bereidingswijze, gebeuren, proces, receptuur, verwerking, werkwijzepostupak, procedura, proces - ceremonie, plechtigheid - ceremonie, plechtigheid, plichtpleging, solemniteit, vormelijkheidceremonija, obred, svečanost - aanbidding, adoratie, glorificatie, verering, verheerlijkingklanjanje, obožavanje, štovanje - activating, activation, energizing (en) - geheimhouding, verzwijgingprikrivanje, sakrivanje, skrivanje, tajenje, zatajivanje - ligging, oriëntatie, oriëntering, plaatsing, placement, tafelschikkingpostavljanje, pozicioniranje, smještanje, stavljanje - aanbod, bevoorrading, energiebron, toelevering, verschaffingnabava, nabavljanje, namicanje, opskrba, opskrbljivanje, pribavljanje - aanvraag, aanzoek, adres, navraag, rekest, rekwest, verzoek, verzoekschrift, vraag - aardigheid, behagen, gein, genoegen, genot, jeu, jolijt, jool, leut, leute, lol, lust, plezier, pret, schik, sjeu, vermaak, welbehagenzadovoljstvo - uživanje - jammerklacht, lamentatie, weeklacht - gelach, lach, lachensmijeh - afname, afzet, debiet, markt, marktplaats, marktpleinsajam, tržište, tržnica - schikkingen, toebereidselen, voorbereidingpreparacija, priprava, priprema, pripremanje, pripremiti se, spremanje, učenje, uređenje - assistentie, bijstand, dienst, hulp, hulpbetoon, hulpverlening, medewerkingpomaganje, pomoc, pomoć, usluga - steun, stutpodrška, potpora - doen en laten, houding, procesvoeringdjela, način ponašanja, ponašanje, učinjene stvari, upravljanje, vladanje, vodstvo - ponašanje - predvodništvo, predvođenje, vodstvo, vođenje - precedência (pt) - solosolo - buzz (en) - užitak, zabava - hell, sin (en) - uitlaatklepizljev, odušak - last (en) - mystification, obfuscation (en) - pregovor - stoornisporemećaj, prekid - tijdmeting, tijdopneming, tijdregeling, tijdwaarneming - komercijalna djelatnost, poslovna djetanost - aanlooptijd - beleid, politiek, politieke leven, politiek levenpolitika - verbalisation, verbalization (en)[Spéc.]

inactiviteitmirovanje, neaktivnost, nedjelovanje[Ant.]

actief (n.f.) • activiteit (n.f.) • aktiviteit (n.f.) • aktivnost (n.) • bedrijvigheid (n.f.) • bezigheid (n.f.) • drukte (n.f.) • occupatie (n.f.) • radnja (n.) • slobodna aktivnost  • werking (n.f.) • werkzaamheden (n.f.p.) • werkzaamheid (n.f.)

-

 


   Publicidade ▼