Publicidade ▼


 » 

dicionario analógico

mouvement en avant[Classe]

amélioration, action de rendre meilleurstijging; verbetering; veredeling[Classe]

apprendre (étudier)(kultuur; cultuur; educatie; grootbrengen; vorming; opvoeding; opleiding)[termes liés]

factotum (en)[Domaine]

Motion (en)[Domaine]

déplacement, flux, mouvementbeweging, omzetting, stroming, translocatie, transpositie, verplaatsing[Hyper.]

avancer, développer, faire des progrès, faire son chemin, mûrir, prendre tournure, progresserfortuin maken, opschieten, redden, verder komen, vlotten, voortschrijden, vooruitgaan, vooruitgang boeken, vooruitkomen, vorderen, vorderingen maken - développer - avancer, passer, progresseraflopen op, avanceren, doorlopen, doormarcheren, toelopen op, voortgaan, voortschrijden, voorttrekken, vooruitgaan - avancervoortbewegen - avancercontinueren, doorlopen, gecontinueerd, vervolgen, voortbouwen, voortgezet, voortzetten[Dérivé]

retraite[Ant.]

poussée - carrièrecarria, carrière, levensloop, loopbaan - amélioration, marche, progrèsmarstempo - chose qui va comme sur des roulettesgemakkelijk werk - palier de progrès, saut[Spéc.]

avancer, développer, faire des progrès, faire son chemin, mûrir, prendre tournure, progresserfortuin maken, opschieten, redden, verder komen, vlotten, voortschrijden, vooruitgaan, vooruitgang boeken, vooruitkomen, vorderen, vorderingen maken[GenV+comp]

développer - avancer, passer, progresseraflopen op, avanceren, doorlopen, doormarcheren, toelopen op, voortgaan, voortschrijden, voorttrekken, vooruitgaan - avancervoortbewegen - avancercontinueren, doorlopen, gecontinueerd, vervolgen, voortbouwen, voortgezet, voortzetten[Dérivé]

retraite[Ant.]

avancée (n.f.) • avancées (n.f.p.) • progrès (n.) • progressie (n.) • progression (n.f.) • voorschot (n. neu.) • voortgang (n.) • vooruitgang (n.)

-

 


   Publicidade ▼