Publicidade ▼


 » 

dicionario analógico

dragenwear - aanhebben, bij zich hebben, brengen, dragenbear, carry, have on, support, take, wear - met zich meebrengencarry - dragen, torsenbear - give off - combine, unite - in de hoofdrol hebbenstar - pronken metboast, feature, parade, sport - bezittenown, possess - abound, bristle, burst - brim - dragencarry, pack, take - luiden, staanread, say - er uitzienwear - carry - carry - bezorgen, impliceren, meebrengen, met zich meebrengen, neerkomen, stichten, ten gevolge hebben, tot gevolg hebben, vastzitten, veroorzaken, verwekkenarise, brew, bring about, bring on, cause, distill, entail, give rise to, imply, induce, involve, produce, provoke, raise, result from, yield - bristle[Spéc.]

gelaatstrek, trekfeature, lineament - eigenschap, feature, karaktereigenschap, kenmerk, kentekencharacter, characteristic, feature, trait[Dérivé]

bevatten, omvangen, omvattenembrace, enclose, encompass, enfold, include, take in - beschikken, bestaan uit, bezitten, disponeren, hebben, tellen, voerenhave, have got, hold - achterhouden, beschikken, bezitten, de beschikking hebben over, disponeren, in bezit hebben, in bezit houden, in eigendom hebben, in het bezit zijn van, tellenbe in the possession of, have, have at one's disposal, have at one's disposition, have in one's possession, have in possession, hold, keep back, keep in one's possession, own, possess, retain possession of, withhold[Domaine]

mankeren, missen, ontbreken, schortenlack, miss[Ant.]

bevatten (v.) • brengen (v.) • feature (v. trans.) • have (v.) • hebben (v. trans.) • met (v.) • voeren (v.)

-

 


   Publicidade ▼