Publicidade ▼


 » 

dicionario analógico

achterop raken, wegtrekken, zich terugtrekkenpartir, reculer, se retirer - terugkrabbelenreculer - teruggaan, zich terugtrekkense retirer[Spéc.]

reculade - terugslag, terugstootrecul - reculement[Nominalisation]

afmars, aftocht, terugtocht, terugtrekkingretrait, retraite - pullback (en) - crisis, depressie, inzinking, recessie[Dérivé]

achteruitkrabbelen, teruggaan op, terugkrabbelen, uittredendérober, retirer[Domaine]

aflopen op, avanceren, doorlopen, doormarcheren, toelopen op, voortgaan, voortschrijden, voorttrekken, vooruitgaanavancer, passer, progresser[Ant.]

achteruitgaan (v. intr.) • achteruitlopen (v. intr.) • achteruitschuiven (v.) • achteruitstappen (v. intr.) • achteruitwijken (v. intr.) • aller en arrière (v. intr.) • intrekken (v. trans.) • reculer (v. trans.) • se replier (v. pron.) • terugtrekken (v. trans.) • terugwijken (v. intr.) • wegtrekken (v. trans.) • zich terugtrekken (v.)

-

 


   Publicidade ▼