Publicidade ▼


 » 

dicionario analógico

oprukken - doordringenpénétrer - creep up, sneak up (en) - inbreuk maken openfreindre, transgresser - schuiven, verder lopen - volgenbercer de fausses espérances - inhalen, langsgaan, langsrijden, passeren, te boven gaan, voorbijgaan, voorbijlopen, voorbijrijden, voorbijvarendépasser, doubler, passer devant - afkomenenfermer - schuiven, zich heel langzaam voortbewegenavancer petit à petit - rachet up, ratchet, ratchet down (en) - doorkomen, ertussen liggen, omgaan, omkomen, slijten, verglijden, verlopen, verstrijken, vervlieden, vervliegen, vlieden, vliegen, voorbijgaan, voorbijglijdenécouler, passer[Spéc.]

progressie, voorschot, voortgang, vooruitgangavancée, mouvement en avant, progrès, progression - progressieavance, avancée, avancement, progression - répondant[Dérivé]

aankomen, dichterbijkomen, dichterbij komen, genaken, naderbij komen, naderen, naken, opkomenapprocher, rapprocher[Domaine]

achteruitgaan, achteruitlopen, achteruitschuiven, achteruitstappen, achteruitwijken, intrekken, terugtrekken, terugwijken, wegtrekken, zich terugtrekkenaller en arrière, reculer, replier, retirer[Ant.]

aflopen op (v. intr.) • avancer (v. pron.) • avanceren (v.) • doorlopen (v.) • doormarcheren (v.) • progresser (v. intr.) • toelopen op (v. intr.) • voortgaan (v. intr.) • voortschrijden (v. intr.) • voorttrekken (v. trans.) • vooruitgaan (v. intr.)

-

 


   Publicidade ▼