Publicidade ▼


 » 

dicionario analógico

pronk (en) - afketsen, afschampen, afschampen op, afspringen, kaatsen, ketsen, stuiten, stuiteren, terugkaatsen, terugspringen, terugstuiten, veren, zwiepenfaire ricochet, faire un ricochet, rebondir, ricocher - binnenstormen, uitbarsten infaire irruption - bondir, rebondir, sauter - capriole (en) - hopsen - schansspringen, skispringensaut à ski - sautiller - springensauter - bokjespringen, bokspringen, overspringenfaire du saute-mouton - overheen komen, overspringen, passerenfranchir, sauter - bokkesprong maken - dansen, hinken, hippen, huppelen, huppensautiller - dartelen, ronddansen, rondhuppelen, rondspringencabrioler, faire des cabrioles, gambader - opspringen, springensauter[Spéc.]

paardensprong, paardesprong, springen, sprongsaut - hup, sprongbond, sautillement - saut - jumper (en)[Dérivé]

jump, leap (en)[Cause]

beklauteren, beklimmen, bestijgen, opstijgenmonter - afsteken, aftekenen, contrasteren, in het oog springen, opvallen, uitkomenressortir, sauter aux yeux, sortir[Analogie]

bespringen (v. trans.) • bondir (v.) • overslaan (v.) • sauter (v.) • sauter par-dessus (v.) • springen (v.) • springen over (v.) • verspringen (v.) • zich werpen (v.)

-

 


   Publicidade ▼