Publicidade ▼


 » 

dicionario analógico

zachtjes aanstotenacotovelar - empurrar - achteruitschuiven, afstoten, terugdrijven, terugdringen, terugduwen, vervreemdenafastar, repelir - duwenempurrar - flick, jerk (en) - duwen, hectiek, verdringen, wegduwen, wegschuivenempurrar - nose (en) - afstoten, dringen, uitstotenexpor empurrando - verdringen, wegdrukken, wegduwen, wegschuiven - muscle into (en) - omhoogduwen, opduwen, opschuiven - stotenempurrar, propulsionar - drijventanger - klemmen, sterk aanzettenapertar, entalar, espremer, travar - farceren, induwenforçar - omduwen, omgooien, omkantelen, omstoten, omtrekken, omverduwen, omvergooien, omverstoten, omvertrekken, omverwerpen, omwerpenatropelar, deitar ao chão, derramar, derrubar[Spéc.]

douw, duw, duwvaart, gedrang, geduw, prestatiedwang, zet, zetjeempurrão, impulsão, impulso - buggy, cart, go-cart, kinderwagen, schuivertje, skelter, trapauto, wandelwagencadeirinha, Carrinho de bebé, Carrinho de bebê, carrinho de criança, passeador - krachtforça - duwEmpuxo[Dérivé]

bomen, punterenviajar de bateira - empurrar[Domaine]

opjagenempurrar[Analogie]

trekken, voorttrekkenpuxar[Ant.]

aanduwen (v. trans.) • douwen (v.) • drukken (v. trans.) • duwen (v.) • empurrar (v.) • forçar (v.) • opschuiven (v.) • persen (v. trans.)

-

 


   Publicidade ▼