Publicidade ▼


 » 

dicionario analógico

creperen, de dood nabij zijn, de dood voor ogen hebben, op sterven liggen, op sterven na dood zijn, zieltogenagonise, agonize, be as good as dead, be at death's door, be at the point of death, be close to death, be dying, be near death, be within an ace of death, face death - anguish - verliezenlose - bedroeven, rouwen, treurengrieve, mourn, sorrow[Spéc.]

bron van verdriet, leed, lijden, nood, pijn, smartdistress, hurt, suffering - bloedgetuige, geloofsgetuige, lijder, martelaar, martelaresmartyr, sufferer - lijden, rampspoedsuffering, woe[Dérivé]

afknijpen, bedroeven, blesseren, geselen, grieven, krenken, kwellen, kwetsen, martelen, pijn doen, pijnigen, plagen, steken, teisteren, tormenteren, verdriet doen, verdrietenanguish, distress, hurt, pain[Cause]

doormaken, doorstaan, dragen, dulden, gedogen, getroosten, harden, incasseren, ondergaan, steunen, tolereren, uitstaan, velen, verdragen, verduren, verwerkenabide, absorb, bear, brook, digest, endure, put up, put up with, stand, stick out, stomach, suffer, support, sustain, take, tolerate, weather[Domaine]

afzien (v. trans.) • lijden (v.) • suffer (v.)

-

 


   Publicidade ▼