Publicidade ▼


 » 

dicionario analógico

factotum (en)[Domaine]

IntentionalProcess (en)[Domaine]

izazivati, izazvati, pobuditi, pobuđivati, potaći, potaknuti, poticati, prouzročiti, prouzrokovati, stvarati, stvoriti, učiniti, uzrokovatiaanbrengen, aanrichten, aanstichten, bezorgen, brengen, geven, kweken, leiden, stichten, teweegbrengen, veroorzaken, verschaffen[Hyper.]

implementacija, ostvarivanje, provedba, realizacijaeffectuering, effektuering, realisatie, realisering, realizatie, realizering, totstandkoming, vervulling, verwezenlijking - učinak - effecter, effector (en) - efekt, ishod, konzekvencija, posljedak, posljedica, rezultat, slijed, učinakeffect, gevolg, kracht, naspel, nawerking, resultaat, uitkomst, uitslag, uitvloeisel, uitwerking, vervolg, voortvloeisel, werking, werkzaamheid - effect (en) - djelotvoran, učinkovitbekwaam - djelotvoran, efektan, efektivan, efikasan, učinkovitaantrekkelijk, doelmatig, doeltreffend, effectief, efficiënt, succesvol, werkzaam[Dérivé]

dešavati se, desiti se, događati se, dogoditi se, odigrati se, odigravati se, održati se, održavati se, odvijati se, odviti se, ostvariti se, pojaviti se, uslijediti, zbiti se, zbivati seafspelen, gebeuren, gebeuren met of aan, geschieden, gevallen, omgaan, optreden, overkomen, passeren, plaatsgrijpen, plaatshebben, plaatsvinden, spelen, voltrekken, voorkomen, zich afspelen[Cause]

ispuniti, ispunjavati, iznijeti, izvesti, izvršavati, izvršiti, obaviti, obavljati, ostvariti, ostvarivati, provesti, provoditi, realizirati, učinitiuitvoeren, volbrengen - draw, get (en) - precipitar (pt) - induciratiinduceren - služiti - preinačiti, variratifluctueren, gewijzigd, herscheppen, modificeren, muteren, variëren, veranderen, wijzigen, wisselen[Spéc.]

implementacija, ostvarivanje, provedba, realizacijaeffectuering, effektuering, realisatie, realisering, realizatie, realizering, totstandkoming, vervulling, verwezenlijking - učinak - effecter, effector (en) - efekt, ishod, konzekvencija, posljedak, posljedica, rezultat, slijed, učinakeffect, gevolg, kracht, naspel, nawerking, resultaat, uitkomst, uitslag, uitvloeisel, uitwerking, vervolg, voortvloeisel, werking, werkzaamheid - effect (en) - djelotvoran, efektan, efektivan, efikasan, učinkovitaantrekkelijk, doelmatig, doeltreffend, effectief, efficiënt, succesvol, werkzaam[Dérivé]

bewerkstelligen (v.) • izazvati podsmijeh (v.) • napraviti (v.) • praviti (v.) • proizvesti (v.) • proizvoditi (v.) • teweegbrengen  • uzrokovati  • veroorzaken (v.)

-

 


   Publicidade ▼