Publicidade ▼


 » 

dicionario analógico

refrescar (pt) - aankleden, kleden, kleren aandoen, kleren aantrekken, zich aankleden, zich kleden - aangroeien, ontwikkelen, regenereren - aangroeien, regenereren - gel (en) - verdierlijken - acontecer, tornar-se (pt) - muteren, veranderen, zich aanpassen - denken, hebben, koesteren, krijgen, ontvangen, voelen - decrepitate (en) - suburbanise, suburbanize (en) - roll, roll up (en) - glazig worden - verkleuren, worden - barbarise, barbarize (en) - alkalinise, alkalinize (en) - omdraaien, omkeren - mudar (pt) - vervormen - overgaan - aanpassen, acclimatiseren, accommoderen, adapteren, assimileren, bewerken, bijsturen, geschikt maken, gewennen, passend maken, plooien, richten, schikken, toesnijden op, voegen, wennen, zich aanpassen, zich aanpassen aan, zich accommoderen, zich akkommoderen, zich conformeren aan, zich konformeren aan, zich richten naar, zich schikken naar, zich thuis voelen, zich voegen naar - omhoogkomen, omhoogwerken, opklimmen, opwerken, stijgen - assimilar (pt) - dissimilate (en) - dissimilate (en) - change magnitude (en) - amenizar (pt) - afstompen, vervlakken - break (en) - verkrotten, vervallen - beschimmelen, schimmelen, vermolmen, verschimmelen - hydrate (en) - afdrogen, drogen, droogstoken, droog worden, droogzetten, opdrogen, te drogen hangen, uitdrogen, verdrogen - stalen, sterken, versterken - branden, destilleren, distilleren, gedistilleerd, gedistilleerd worden, stoken, via distillatie vervaardigen - desoxideren - crack (en) - oxyderen - oxidate, oxidise, oxidize (en) - acontecer, tornar-se (pt) - volwassen worden - suavizar (pt) - ionise, ionize (en) - estabilizar-se, firmar (pt) - destabiliseren - oplichten - inkleuren, kleuren, tinten, verkleuren - desbotar (pt) - verengen - donkerder worden, donker maken, dreigend worden, eclipseren, verdonkeren, verduisteren - dim (en) - afbreken, afknappen, barsten, bersten, in stukken vallen, kapotgaan, kapotvallen, kloven, overslaan, splijten, stukgaan, stukvallen - transpire (en) - recomeçar, retomar (pt) - change surface (en) - sublimar (pt) - bekoelen - animar (pt) - opwarmen, warmdraaien, warmlopen - veranderen - bekeren - afstompen, bleek worden, dof worden, vaal worden, verbleken, versuffen - complexify, ramify (en) - veramerikaansen - modernizar (pt) - opstijven, stijf worden, verstijven, verstrammen - verstevigen - afslaan, bezwijken, blijven steken, defect raken, falen, het begeven, het laten afweten, het opgeven, kapotgaan, kapot gaan, kapot maken, stranden, stukgaan, uitfloepen, vastlopen, verkeerd gaan, weigeren - onderwerpen, toegeven - harden, hard worden, vereelten, verharden - harden, hard maken, stijf maken, verharden, verstarren - suffuse (en) - stilvallen, stilzwijgen, verstommen, zwijgen - normalise, normalize (en) - oriënteren - purify (en) - verteren - regredir (pt) - bevuilen, vervuilen - decalcify (en) - industrialise, industrialize (en) - decarboxylate (en) - spot (en) - beërven, bekomen, hebben, krijgen, verkrijgen - acetilar (pt) - aannemen, krijgen, opvatten - prim (en) - capacitate (en) - caseate (en) - caseate (en) - clinker (en) - cure (en) - aanbreken, dagen, lichten - salinate (en) - ontzilten, ontzouten - shallow, shoal (en) - steiler worden - superannuate (en) - zweren - verglazen - vulcanise, vulcanize (en) - tegenstaan, tegensteken - become flat, die, pall (en) - saponify (en) - gaan - come (en) - pegar (pt) - aanslaan - acontecer (pt) - fly (en) - zich aanwennen - assibilate (en) - smoothen (en) - turn on (en) - schieten - break into (en) - mudar (pt) - concretiseren, invullen - aftakelen, bederven, ontbinden, rotten, vergaan, verwelken - commute, transpose (en) - introject (en) - mudar (pt) - swing (en) - fall (en) - fall (en) - reflate (en) - hydrolyse, hydrolyze (en) - preguear (pt) - gelatinise, gelatinize (en) - felt, felt up, mat, matte, matte up, matt-up, mat up (en) - recombine (en) - feminise, feminize (en) - obsolesce (en) - plastificeren - terugwijken - defervesce (en) - incandesce (en) - calcify (en) - drift (en) - play out (en) - conjugate (en) - isomerise, isomerize (en) - verdampen - indurate (en) - gradate (en) - keratinise, keratinize (en) - opacify (en) - vervallen - rejuvenate (en) - sequester (en) - transaminate (en) - vesiculate (en) - ondular (pt) - vascularise, vascularize (en) - bankroet gaan, failliet gaan, op de fles gaan - professionalise, professionalize (en) - mudar (pt) - flip, flip out (en) - synthesize (en) - bijdraaien, bijkomen - promote (en) - scheiden, zich verdelen - formatteren - become infatuated with, fall for (en) - opklimmen, overgaan, promotie maken - change posture (en) - settle (en) - bezwijken, het begeven, ineenstorten, instorten, invallen, meegeven, schranken, uitzakken, vergaan, verteren, verzakken - solarise, solarize (en) - occult (en) - overgaan - achterlaten, verlaten, weggaan - liberalise, liberalize (en) - stratify (en) - democratiseren - versoepelen - reticulate (en) - flocculate (en) - carboniseren - come in (en) - go out (en) - ficar parado (pt) - maken - bevriezen, dichtvriezen, ijzelen, invriezen, opvriezen, vorst heersen, vriezen - mythiseren, mythologiseren - aantasten, benadelen, beschadigen, blutsen, breken, butsen, deuken, doorbreken, duperen, havenen, indeuken, nadeel toebrengen, schade berokkenen aan, schaden, schade toebrengen, schenden, slecht zijn voor - omgooien - nuanceren, overgaan, schakeren - creolize (en) - form (en) - koken - lijmen - repress (en) - shear (en) - damage (en) - beleven, gevoelen, gewaarworden, lijden, ondergaan, ondervinden, ontmoeten[Spéc.]

accommodatie, adaptatie, alteratie, assimilatie, bijstelling, modificatie, modifikatie, mutatie, wijziging[Nominalisation]

change again (en)[A Nouveau]

changeable (fr)[QuiPeutEtre]

kleurschakering-[Qui~]

verandering - afwisseling, alteratie, alternantie, alternatie, alternering, keer, variatie, variëteit, verandering, wending, wijziging - verandering[Dérivé]

helpen, veranderen[Cause]

blijven, uitblijven, wegblijven[Ant.]

gaan (v.) • kenteren (v. intr.) • keren (v. trans.) • lopen (v. intr.) • marcheren (v. intr.) • omslaan (v. intr.) • veranderen (v. intr.) • verlopen (v. intr.) • wisselen (v. intr.)

-

 


   Publicidade ▼