Publicidade ▼


 » 

dicionario analógico

vrouw; dame; gleuf; gleufdier; juffrouw; mens; mevr.; Mevr.; mevrouw; mokkel; mw.; tante; vrouwmens; vrouwspersoon; wijf; wijfie; vrouwelijkmulher[ClasseHyper.]

person (en)[Domaine]

Woman (en)[Domaine]

dame, gleuf, gleufdier, juffrouw, mens, mevr., mevrouw, mokkel, mw., tante, vrouwmens, vrouwspersoon, vrouwtje, wijf, wijfie, zijmulher - meerderjarige, volwasseneadulto, de maior, maior, maior de edade, terceira idade[Hyper.]

effeminise, effeminize, feminise, feminize, womanize (en) - flirten, koketteren, sjansen, vervrouwelijkenafeminar, galinhar, paquerar mulheres, ser mulherengo, tornar feminino - womanhood (en) - mulher - vrouwelijke staat, vrouwelijkheidcondição feminina - vrouwelijkfeminino[Dérivé]

baas, basserool, broger, gabber, gast, heerschap, jongen, kerel, klant, knaap, man, mannetje, manspersoon, meneer, mijnheer, pief, venthomem, macho, marido, varão[Ant.]

negro - blanke, bleekgezicht - yellow woman (en) - pin, slang, tang - Ménades, Mênades - bagage, brutaaltje, passagiersgoed - ball-breaker, ball-buster (en) - bar girl, B-girl (en) - blauwkous, geleerde vrouwintelectualóide - bruidsmeisjedama de honor - largura das costas, mulher - kat, katje, kattekop, kattenkop, spin, spinnekop, spinnenkop - assepoes, Assepoester, stiefkindCinderela - femme fatale, flirt, vampcoquete, interesseira, mulher atraente, namorador - bordeelhouder, bordeelhoudster, dame, hoerenwaard, juf, kamermeisje, ladycafetina, dama, mulher, senhora - debutant, debutanteestreante - gescheiden vrouwdivorciada - exex, ex-mulher - Dominatrix - donna (en) - femme fatale, hartenbreekster, lokker, lokvogel, sirene, vamp, verleider, verleidster, verlokkermulher fatal, sedutora, tentadora - eyeful (en) - geishagueixa - chick, deern, deerne, dochter, dochterlief, griet, grietje, jongedame, jongejuffrouw, jonge vrouw, juf, meid, meidje, meisje, meiske, misslag, mop, moppie, natel, niese, troeldonzela, garota, jovem senhora, menina, moça, mulher, rapariga - dienstmeisje, hitgarota, moça, mulher - kennisje, meisjeamante, garota, menina, mulher, namorada, rapariga - kennisjeamiga - goudzoeker - gravida (en) - heroína - beminde, geliefde, minnaresapaixonada, namorada - Izebel, Jezabelmulher perdida, mulher que pinta o rosto, mulher sem vergonha - coquette - dame, lady, vrouwdama, senhora - maenad (en) - vrouwelijk hoofdmatriarca - matriarch (en) - directrice, hoofdverpleegkundige, hoofdverpleegster, hoofdverpleger, hoofdzuster, matrone, verpleegster, zusterenfermeira, enfermeira-chefe, enfermeiro-chefe - mestiesmestiço - bijvrouw, bijzit, concubine, maintenee, maitresse, maîtresseamante, chefa, directoria - mother figure (en) - broeder, kinderjuffrouw, kindermeisje, verpleegkundige, verpleegster, verpleger, ziekenbroeder, ziekenverpleger, ziekenzuster, zoogmoeder, zusterama, ama-seca, babá - nullipara (en) - nimfhuri - nymphet (en) - oude vrouwvelha - del, dweil, hoer, lellebel, prostituee, prostituée, slet, sloerie, snol, taart, teef, vruchtentaartdevassa, menina, mulher da vida, prostituta, puta, quenga, rapariga, vadia - shiksa, shikse (en) - beauty, bout, engel, honnepon, honneponnie, knock-out, minnares, moot, opkoper, schone, schoonheid, seksbom, uitdrageranjo, beleza, formosura - luchtgeest - oude vrijstercelibatária, senhorita, solteira - vestalevestal - Wac (en) - Wave (en) - hoerenjong, wed., weduwe, weduwvrouwviúva, viuvez - echtgenoot, echtgenote, eega, gade, gemaal, gemalin, man, moeders, vrouw, wederhelft, wijfcónjuge, esposa, esposo, marido, mulher - wonder woman (en) - lăuză, lehuză (ro) - lăuză, lehuză (ro) - bocitoare (ro) - Eva - bachelorette, bachelor girl (en)[Spéc.]

vrouwelijk, vrouwen-feminino[Rel.App]

effeminise, effeminize, feminise, feminize, womanize (en) - flirten, koketteren, sjansen, vervrouwelijkenafeminar, galinhar, paquerar mulheres, ser mulherengo, tornar feminino - vrouwelijkfeminino - vrouwelijke staat, vrouwelijkheidcondição feminina - mulher - womanhood (en)[Dérivé]

adult female body, woman's body (en)[Desc]

baas, basserool, broger, gabber, gast, heerschap, jongen, kerel, klant, knaap, man, mannetje, manspersoon, meneer, mijnheer, pief, venthomem, macho, marido, varão[Ant.]

dame (n.f.) • gleuf (n.f.) • gleufdier (n.) • griet (n.f.) • juffrouw (n.f.) • mens (n.m.) • mevr. (n.) • mevrouw (n.f.) • moça (n.) • mokkel (n.) • mulher (n.f.) • mw. (n.) • rapariga (n.) • tante (n.f.) • vrouw (n.f.) • vrouwelijk (n.) • vrouwmens (n.) • vrouwspersoon (n.) • wijf (n.) • wijfie (n.)

-

 


   Publicidade ▼