» 

dicionario analógico

eenling, enkeling, figuur, iemand, individu, mens, menselijk wezen, particulier, persoon, sterveling, stervelinge, zelfstandige, ziel[membre]

leeftijdsgroep, leeftijdsklasse - ancients (en) - baffled (en) - jaloezie, store, zonneblind - young blood (en) - brave (en) - cautious, timid (en) - businesspeople, business people (en) - verdoemde - dead (en) - living (en) - doven - overwonnene - gehandicapten, invaliden - verdoemde - vijand, vijandin - canaille, crapuul, gemeen, gepeupel, goegemeente, grauw, janhagel, lui, massa, plebs, publiek, racaille, rapaille, voetvolk, volk - homem livre (pt) - homebound (en) - ingewijde, insider - uninitiate (en) - developmentally challenged, mentally retarded, retarded (en) - network army (en) - peanut gallery (en) - groepje - retreated (en) - zieke, zieken - ferido (pt) - migratie, verhuizing - eersteklas, kl., klas, klasse, laag, maatschappelijke klasse, stand - landaard, natie, nationaliteit, volk, volksaard, volkseigen, volkskarakter - auditorium, bevolking, buitenwacht, buitenwereld, gehoor, publiek, volk - befolking, bevolking, populatie - generatie, geslacht, mensenleeftijd - aanloop, clienta, cliënteel, clientèle, klandizie, klanten, klantenbestand, klantenkring, kliënteel, nering - rank and file (en) - smart money (en) - unconfessed (en) - het vrouwelijke geslacht, vrouwen - chosen people (en) - publiek - peoples (en) - episcopacy, episcopate (en) - nationality (en) - tradespeople (en) - armelui, armen - rich, rich people (en) - lobby (en) - werklozen[Spéc.]

people (en) - povoar, povoar-se (pt)[Dérivé]

de mensen  • men  • natie (n.f.) • oudelui (n.) • ouders (n.) • ouwelui (n.)

-