» 

dicionario analógico

aanblik, aanzicht, aanzien, gezicht, habitus, uiterlijk, voorkomenaparência, aspecto, semblante - aantrekkelijkheidatratividade - duidelijkheid, helderheid, klaarheidclaridade, transparência - ondoorzichtigheidopacidade - deelbaarheiddivisibilidade - aanleg, eenvoud, gemak, gemakkelijkheid, moeiteloosheidcomodidade, facilidade, naturalidade, simplicidade - lastigheid, moeilijkheid, moeitedificuldade - adequaatheid, deugdelijkheid, geschiktheid, toepasselijkheidadequabilidade, adequação, conveniência, elegibilidade - ongeschiktheid - aard, feature, karakter, kenmerk, kentekencarácter, natureza - humaniteit, menselijkheidhumanidade - atm., atmosfeer, karakter, klimaat, sfeer, stemming, uitstraling, waasambiente, atmosfera, aura, traço - eminentie, hoogwaardigheid, uitmuntendheid, uitnemendheid, voortreffelijkheidvalor/excelência - eigenschap, hoedanigheid, propriëteitqualidade - veranderlijkheidinconstância, instabilidade, mutabilidade - onveranderlijkheid - eenheidsworstsemelhança, similardidade - discrepantie, divergentie, onderscheid, verschildiferença, discordância - stelligheidcerteza - kans, probabiliteit, waarschijnlijkheidprobabilidade - onzekerheid, twijfelincerteza, precariedade - feitelijkheid - counterfactuality (en) - relevantiecorporalidade - immateriality, incorporeality (en) - kieskeurigheid, veeleisendheidexatidão, exigência, meticulosidade, minuciosidade, particularidade, peculiaridade, solicitude - algemeenheid, generaliteit, universaliteitgeneralidade - Simplicidade - complexiteit, gecompliceerdheid, ingewikkeldheidcomplexidade, complicação - regelmaatregularidade - onregelmatigheidirregularidade - beweeglijkheid, mobiliteitmobilidade - onbeweeglijkheidimobilidade - zachtaardigheidamabilidade - unpleasantness (en) - geloofwaardigheidcredibilidade, crédito - ongelofelijkheid, ongeloofwaardigheidincredibilidade - lógica - gebrek aan logicairracionalidade - naturalidade - unnaturalness (en) - vertu, virtu (en) - heilzaamheidsaúde - morbidez - satisfactoriness (en) - unsatisfactoriness (en) - gewoonheid, onbeduidendheidbanalidade, vulgaridade - extraordinariness (en) - ethnicity (en) - onwennigheid - nativeness (en) - oorspronkelijkheid, originaliteitoriginalidade - unoriginality (en) - correctheid, juistheidcorrecção, corretude, justeza - onjuistheidincorrecção - nauwkeurigheidacurácia, rigor - accuracy (en) - onduidelijkheid, onnauwkeurigheidimprecisão, inexactidão - carácter distintivo, distinção - populariteitpopularidade - gehaatheid, impopulariteit, impopularitiet, onbemindheid, ongeliefdheidimpopularidade - legaliteit, wettelijkheid, wettigheidlegalidade - onrechtmatigheid, wederrechtelijkheid - aantrekkelijkheid, elegantie, gulheid, sierlijkheid, vrijgevigheidElegância - gebrek aan elegantiedeselegância - begrijpelijkheid, bevattelijkheid, verklaarbaarheidcompreensibilidade - expressiviteit, plasticiteit, sprekendheid, uitdrukkingskracht, uitdrukkingsvaardigheid, uitdrukkingsvermogen, zeggingskrachtexpressividade - onbegrijpelijkheidincompreensibilidade - barmhartigheid, caritas, humaniteit, liefdadigheid, medemenselijkheid, menselijkheidcaridade, humanidade - onmenselijkheiddesumanidade - ethiek, moraal, moraliteit, zede, zedelijkheid, zeden, zedenspel, zinnenspel, zinnespelMoral, Moralidade, virtude - immoraliteitimoralidade - immoraliteitamoralidade - godheiddivindade - heiligheido sagrado, santidade - ideaal, idealiteitidealidade - unholiness (en) - parental quality (en) - natuurgetrouwheidfidelidade, fidelidade conjugal - ontrouwinfidelidade - verfijning, wereldlijkheid, wereldsheid, wereldwijsheidconhecimento da vida, sofisticação - naïveteit, naïviteitingenuidade, singeleza - adequação, suficiência - belang, betekenis, gewicht, gewichtigheid, importantie, levenslijn, levensloop, levenspad, levensweg, significantie, waarde, zwaarteimportância - waardeloosheidfalta de valor - het goedebem, lado bom - slechtheidmaldade - reproductievermogen, reproduktievermogen, voortplantingsvermogen - aridez - bruikbaarheid, nut, nuttigheid, utiliteitprestabilidade, utilidade - nutteloosheid, onbruikbaarheid, overbodigheid, vergeefsheid, vruchteloosheid, zinloosheidinutilidade - aanwinst, bezit, boeltje, goed, have, optelteken, plus, pluspunt, plusteken, possessie, propriëteit, voordeelbem, propriedade, recurso, vantagem, virtude - constructiveness (en) - vandalisme, vernielzucht, vernietigingskrachtnocividade, vandalismo - positivismepositivismo - negativismenegativismo - cultura ocidental, ocidentalismo - kennis van het oosten, oosters karakterorientalismo - kracht, machtforça, poder - macht, potentie, solvabiliteit, vaardigheid, vermogenabilidade, habilidade - hulpeloosheid, machteloosheid, onmacht, onvermogenimpotência - onbekwaamheidincapacidade, incompetência - romanesk, romantiekromance, romanesco, romantismo - familieleven, gezinsleven, huiselijkheid - eeuwigheid, eindeloosheid, grondeloosheid, infiniteit, onbegrensdheid, onbepaaldheid, onbeperktheid, oneindigheid, onmetelijkheidinfinidade - eindigheidfinitude - measurability, quantifiability (en) - solubilidade - onoplosbaarheidinsolubilidade - stuff (en) - hot stuff, voluptuousness (en) - het grappigecómico - pathos, poignancy (en) - toontom - ontvamkelijkheidreceptividade - deadness, unresponsiveness (en) - subjetivismo - ulteriority (en) - legaliteit, legitimiteit, rechtsgeldigheid, rechtskracht, wettelijkheid, wettigheidlegalidade - liability (en) - inflamabilidade - arability (en) - impressiveness (en) - bestuurbaarheid, bevaarbaarheid, zeewaardigheidnavegabilidade - neediness (en) - distressingness, painfulness (en) - piquance, piquancy, piquantness (en) - publicity (en) - spinnability, suitability for spinning (en) - protectiveness (en) - ultimate (en) - salability, salableness (en) - elegance (en) - urbanity (en) - hardness (en) - doordringbaarheid, ontvankelijkheidpenetrabilidade - impenetrability, imperviousness (en) - zeepachtigheidaspecto de sabão - fibrosity, fibrousness (en) - directiveness, directivity (en) - extremeness (en) - closeness, stuffiness (en) - brachycephalism, brachycephaly (en) - dolicocefalia - betrekkelijkheid, relativiteitRelatividade, Teoria da Relatividade - snootiness (en) - memorability (en) - woodiness, woodsiness (en) - waxiness (en)[Spéc.]

bestempelen, betitelen, karakteriseren, kenmerken, kenschetsen, kentekenen, kwalificeren, stempelen, tekenen, typerencaracterizar, descrever[Dérivé]

blij, goed, lekkerbem, bom - schadelijk, slechtsecundário - negatiefnegativo - positiefpositivo, vantajoso[Dériv.]

atributos (n.) • eigenschap (n.) • feature (n.) • hoedanigheid (n.f.) • kenmerk (n. neu.) • kenteken (n. neu.) • propriëteit (n.) • qualidade (n.)

-