Publicidade ▼


 » 

dicionario analógico

teelt, veehouderij, veeteelt - boomkwekerij, pepinière - zuivelindustrie - het tuinieren, horticultuur, hortologie, hovenierskunst, plantenkwekerij, plantenteelt, tuin-, tuinbouw, tuinbouwkunde, tuinbouwkunst, tuinderij - aquacultuur, hydrocultuur, watercultuur - agricultura mista (pt) - planting (en) - criação de gado, pecuária (pt) - field strip cropping, strip cropping, strip cultivation, strip farming, tour farming (en) - landbouw voor levensonderhoud, verbouw van voedingsgewassen - horticultura, horticultura de mercado (pt)[Spéc.]

agrarisch, landbouw-[Rel.App.]

akkerbouwer, bouwboer, cultivator, groentekweker, kweekster, kweker, landbouwdeskundige, landbouwer, landbouwkundige, planter, plantster, roefel, teelster, teler[Dérivé]

bebouwing, cultivatie, cultivering, cultuur, kultivatie, kultivering, kultuur, kweken, kwekerij, verbouw - oogsttijd[Desc]

bebouwing, beschaving, bouw, cultuur, grondbewerking, kweek, teelt, teling, verbouw - smut (en) - bemesten, mesten - dorsen, kloppen, opkloppen - bezaaien, inzaaien, uitzaaien, zaaien - broadcast (en) - insemineren, inzaaien, rondzaaien, uitzaaien, zaaien - reseed (en) - bebouwen, boeren, het boerenbedrijf uitoefenen, opgroeien - carry (en) - bebouwen, beploegen, bewerken, cultiveren, kultiveren - bebouwen, cultiveren, ontginnen - uitputten door roofbouw - beploegen, doorploegen, omploegen, ploegen, scheuren - ridge (en) - eggen - schoffelen, wieden, zeisen - kweken, planten, telen, verbouwen[Domaine]

agricultuur (n.f.) • agrikultuur (n.f.) • akkerbouw (n.m.) • boeren (n. neu.) • boerenbedrijf (n. neu.) • landbouw (n.) • landbouwbedrijf (n. neu.) • management (n.) • zeggenschap (n.)

-

 


   Publicidade ▼