Publicidade ▼


 » 

dicionario analógico

inquietudebekommering; bekommernis; ongerustheid; bezorgdheid; angst; angstgevoel; bangheid; beklemming; benauwdheid; schrik; vrees[Classe]

dispute (fr)[Classe]

humiliation (fr)[Classe]

parole insultante (fr)[Classe]

épreuve vexatoire (fr)[Classe]

perplexity (en) - desgostoongenoegen - déboire (fr) - disappointment (en) - decepção, desgostomortificatie, verdriet, vernedering, zelfkastijding - desarranjo, doença, problema, transtornokwaal, ontstemming, stoornis, verwarring - importunité (fr) - despeito, folhagem, melindre, ofensa, ressentimento, rumor, sombra, suspeita, traço - aborrecimentobron van ergenis - experiência, golpe, tormento, tribulaçãobeproeving, bezoeking, cross, ervaring, huisbezoek, insp., inspectie, inspectiedienst, kerkvisitatie, klap, kruis, marteling, tegenslag, terreinrit, terreinwedstrijd, toets, visitatie, zorg - downside (en) - overlast - déconvenue (fr) - tintouin (fr) - vicissitude - bête noire (fr) - acidente, azarongeluk - bouquet (fr) - aversãoergernis, kwelling - teasing (en) - sale affaire (fr) - empoisonnement (fr) - arrefecimento, deceção, decepção, desapontamentoafknapper, domper, koude douche, teleurstelling - cahot (fr) - pilule (fr) - incómodoongemak - demi-mal (fr) - désavantage (fr) - avatar (fr) - malheur (fr) - bezetenheid - Assédio Sexualongewenste intimiteiten - dificuldade, preocupação, problemaellende, last, moeilijkheid, narigheid, onaangenaamheden, rottigheid, sores, trammelant, zorg - promiscuité (fr) - chienlit, chierie, chiotte (fr) - inconveniente QUERYkleinigheid die alles bederft[Spéc.]

desagrado, desconfortoonaangenaamheid, ongemak, ongerief, ongeriefelijkheid, ongerieflijkheid[Gén.]

-

 


   Publicidade ▼